Met bezwaard gemoed zette ik mij aan mijn ochtendkrant, hoewel de tijd er meer naar was dat er een avondblad bezorgd zou worden. De avond ervoor was ik gaan stappen met Koning Alcohol, geslapen had ik echter in de armen van Morpheus. Maar ik had het nodig gehad, of ik was er aan toe, dat stond te bezien.
Het gesprek bij het arbeidsbureau ter zekerstelling van mijn WW-uitkering was niet gelopen zoals ik had gewild. Mijn sollicitatiepogingen konden maar geen goedkeuring wegdragen in de ogen van de behandelend ambtenaar. De brief naar het tollenaarsbureau wilde hij na enige uitleg mijnerzijds nog wel accepteren. Dat het metaalbedrijf geen zinksnijder wilde weet hij aan discriminatie. De afwijzende brief van de lokale houtzagerij op mijn sollicitatie naar de functie van hoekkeperspantschraper echter, sterkte de man in zijn waanidee dat ik de zaak aan het flessen was. Aan de gedachte dat ik wellicht trekschuitgeleider had willen worden maakte hij al helemaal geen worden vuil. “En wie denk je wel dat je bent, dat je denkt met een brief voor de functie van remittent weg te kunnen komen!?”
Witheet van woede was ik. Wat ik dacht van het eerzame beroep van wisselhouder? De vraag was te belachelijk om te stellen. Moest ik, omdat ik mij zo nodig op de arbeidsmarkt moest begeven, nu ook al dergelijke deugdzame beroepen ontzien? Was het soms noodzakelijk dat ik mij omschoolde en mij bekwaamde in de benodigde competenties voor functies als ‘junior executive sales person’ of als ‘senior coördinerend staffunctionaris deskundigheidsbevordering’?
Met een ferme knal had ik zijn kantoordeur gesloten, vastbesloten nooit meer een voet in dat hoogst deprimerende gebouw te zetten. Een betaalde baan was daarvoor wel een noodzakelijke voorwaarde, wilde ik niet van de bedelarij gaan leven. En nu zat ik door de pagina’s met vacatures te bladeren. Niets zat erbij. Te oud, te ver weg, te slechte betaling of te modieus. Om moedeloos van te worden. Mijn oog viel plots op een afwijkend lettertype, linksonder in de hoek. ‘Middelkleine monarchie zoekt Vorst’. ‘Wegens omstandigheden zoeken wij een nieuwe Vorst. U bent een Koning, of bereid dat te worden. U dient te beschikken over (enige aantoonbare) affiniteit met Rijksappels, ervaring met scepterzwaaien strekt tot aanbeveling. Gehuwde staat geen bezwaar. Nadere inlichtingen: ‘Huize Popla’, Radijsgracht 45, Maasdam'. Hoewel het adres van het bekende studentenhuis een soort van grap deed vermoeden, schreef ik al vlot mijn eerste concept van een sollicitatiebrief.
Uit: "Koning, Keizer, Admiraal" door
Dolf de Waal, Ter Weksel, 2008.