Abr. M. Harmitonius

Enkel het monotone getik van de Friese staartklok vulde de salon met een onnavolgbare arrogantie.
"Zucht", zei Alfons met opzet.
Zijn vrouw keek op van haar iPad. "Zei je wat, schat?".
"Ik zei zucht" herhaalde Alfons.
"Oh" antwoordde ze, "ik dacht dat je wat zei".


Uit: "Leeg" door Abr. M. Harmitonius, Staphorst aan zee, in 2010 uitgegeven door Van Ommeren.

Door Abr. M. Harmitonius
meer lezen | 1 commentaar | 4 punten

Walter Ter Veld

Inspecteur Luigi di Parma stond geleund tegen zijn antieke zilvergrijze Alfa Romeo hardop te denken. Hij verwachtte geen weerwoord van zijn assistent Gino Bertolli, die zich gedwee beperkte tot knikken en een enkel 'si, ispettore'.

Verderop lag het lijk van wat volgens haar ID-kaart de Nederlandse studente Brenda de Vreugd moest zijn geweest. Ze was onherkenbaar door de bronsverf die nog op haar gezicht zat, maar Nederlands kon ze zeker zijn: ze was boomlang en had blauwgrijze ogen en rossig, speels krullend haar. 'Wat zonde', dacht Bertolli, die met zijn ogen over de in de zon badende lijkenzak dwaalde. 'De geur van lavendel en pijnbomen die de lucht bezwangert, zal haar neus nooit meer bereiken. Het gezang van de leeuwerik, hoog boven...'

'Een motief, Gino, een motief! Wat is het motief? Kom, we gaan lunchen bij Al Gallopapa en laten een nette fles Barolo aanrukken. Een detectivebrein werkt niet op een lege maag. Gino, het spel gaat beginnen!' Di Parma gilde de woorden bijna.

Diens ogen glinsterden. 'Drankoogjes', wist Bertolli, 'maar verdomd intelligente drankoogjes. Een serieuze moordzaak los je niet op met alleen een panino met mozzarella en gedroogde tomaat in je mik.' Zelf dacht hij aan een wijnarrangement bij de lamskoteletjes, de gegrilde octopus en het fabuleuze oregano-ijs van Al Gallopapa.


Uit: "Moord op een levend standbeeld" door Walter Ter Veld, Florence, in 2006 uitgegeven door Cadeau-idee.

Door Walter Ter Veld
meer lezen | 4 commentaren | 8 punten

P. van Doorn Holstein

De open dag van de Sultan Moeboerah-moskee in de wijk was voor Harm een buitenkans om het imposante gebouw eens van binnen te bekijken. Harm zat boordevol met vragen en na de rondleiding was hij al spoedig in een geanimeerd gesprek verwikkeld met de imam, een imposante verschijning met een wit gewaad een een woeste baard.
Na verloop van tijd nodigde de imam Harm uit om iets met hem te drinken in een vertrek in de moskee dat dienst deed als zijn kantoor. Daar aangekomen sloot de imam de deur achter Harm en liep op een grote dossierkast af.
Hij opende een van de lades en haalde daar tot grote verbazing van Harm een grote fles Schotse single malt whiskey uit. Uit een andere lade toverde hij twee glazen tevoorschijn en met een geroutineerd gebaar schonk hij de twee glazen tot de rand toe vol.
"Religie is leuk" sprak de imam, "maar het moet wel een lolletje blijven", en met een ferme teug ledigde hij zijn glas tot op de bodem. "Wow" dacht Harm. "Dat gaat helemaal goedkomen met die integratie", en hij volgde het voorbeeld van de imam.
"Ik heet trouwens Ibrahim" sprak de imam, "maar in het weekend kennen de meeste mensen me als Anja". De imam schonk zichzelf nog een tweede glas in en liep naar het raam.


Uit: "Harm en de veertig rovers" door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen BRD, in 2005 uitgegeven door In Excelsis Deo.

Door P. van Doorn Holstein
meer lezen | 3 commentaren | 6 punten

P. van Doorn Holstein

Nadat Conraad de was had opgehangen liep hij met de lege wasmand de zoldertrap weer af. Op de eerste verdieping aangekomen viel het hem op dat hij al zeker een half uur geen geluid meer had gehoord uit de kinderkamer.
Voorzichtig drukte hij de halfopenstaande deur open en keek de hoek van de kinderkamer in. Op de grond was zijn vijf jaar oude dochtertje Karlijn druk in de weer met een vel tekenpapier en een doos kleurpotloden. In de hoek stond de wieg waarin hij een half uur geleden zijn drie maanden oude zoontje Stef te rusten had gelegd.
Met een glimlach om zijn lippen wilde hij de deur weer zachtjes sluiten, toen hij op de grond naast de wieg de lege literfles salpeterzuur zag liggen. Pas toen viel het hem op dat er vreemde dampen uit de wieg omhoog kwamen. Toen keek Karlijn op vanaf haar tekening en zei ze met een stralende glimlach: "Stef was vies, en ik heb hem weer schoongemaakt".
Met een paar stappen stond Conraad bij de wieg en zag daarin de halfverteerde resten van wat eens zijn kind was. "Mmmm" zei Conraad ernstig. "Hoe moet ik dit nu weer aan Marjan gaan uitleggen?".
Kalm liep hij de kamer uit en begaf zich naar de keuken. Dit was een uitgelezen moment voor een kom Bulgaarse yoghurt.


Uit: "Na gedane arbeid" door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen BRD, in 2009 uitgegeven door Het literaire beeld.

Door P. van Doorn Holstein
meer lezen | 5 commentaren | 10 punten

Goliath Uytenheugte

Dwars door de walmen van de plichtmatige kartonnen bekers stationskoffie heen bereikte hem de chemische geur van cover up, mascara en lippenstift. Hanno keerde terug uit verloren gedachten om neer te kijken op het ijdele ritueel dat de jongedame uitvoerde. Met slaafse routine plamuurde ze haar gezicht tot een ondoordringbare façade. Hanno trachtte te doorgronden wat de vrouw bezielde. Waarom deed ze dit niet thuis? Was ze te laat opgestaan of schroomde ze in het bijzijn van haar man? Waarom mag op haar bestemming niemand de kwetsbaarheden en onvolkomenheden van haar uiterlijk aanschouwen, maar is dat in de trein – en plein public – wel toegestaan? Zou de wereld zo in elkaar zitten dat de mensen die je kennen gevaarlijker zijn of in elk geval meer schade aan de ziel kunnen toebrengen dan onbekende mensen? De nieuwsgierige geest in Hanno kreeg de overhand en hij besloot de vrouw aan te spreken: ‘Pardon. Denk je nu echt dat ik geen mening over je heb omdat ik je niet ken?’


Uit: "Ooit en geen dag eerder" door Goliath Uytenheugte, Stadskanaal, in 2009 uitgegeven door Literaire Excessen.

Door Goliath Uytenheugte
meer lezen | 12 commentaren | 6 punten

Nonkelberg

"Hoi schat!"
"Hey meissie."
"Wat ben je aan het doen?"
"Tv-kijken."
"Toch geen porno he?"
"Toch wel. Lingo, de porno van de woordliefhebber."
"Kijk je niet liever echte porno?"
"Alsjeblieft niet zeg. Van de zilveren lingobingobal wordt ik een stuk geiler, dan van zo'n gebleekte anus."
"Dus ik had het niet moeten doen?"
"Allicht."


Uit: "Vertrossing" door Nonkelberg, Ter Aar, in 2010 uitgegeven door Woordenschat.

Door Nonkelberg
meer lezen | 1 commentaar | 8 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

Ik heb het leven genomen, zoals het kwam.. En dat is maar goed ook. Een gelaten gemoed is essentieel voor de pure leefervaring. Blij zijn met kleine dingen. Het huwelijk hoog houden en het koesteren van de gedachten aan de eerste lach van je kind.
Gisteren kwam ik thuis van werk, mijn vrouw stond in de gang en zei: "Schat, ik heb een oppas voor Babel. Kleed je om, we gaan vanavond naar een musical."
Ik had nooit gedacht dat ik ooit zo gelukkig zou zijn.
We hadden ook treinkaartjes erbij. Eerste klas.


Uit: "De Burgerlijke Stand, door prof. dr. Guido Wanders" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Almere, in 2009 uitgegeven door Harderwijk University Press.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
meer lezen | 4 commentaren | 7 punten

Walter Ter Veld

De smaak van een tosti moet je echt leren waarderen, die is niet aangeboren. De combinatie van fantasieloos fabriekswitbrood, goedkope jonge kaas, in blokken geperste, waterige ham en hulploze tomatenketchup past uiteindelijk alleen bij momenten zoals het herstellen van een kater of een energietekort op de snelweg. De Italiaanse uitvinder van het tosti-ijzer kon dit in 1786 niet geweten hebben. Hij gebruikte voor zijn experimenten vers gebakken brood, rijpe harde kazen en ham van exclusieve met eikels en truffels grootgebrachte varkensrassen maar kon zijn opdrachtgevers noch zichzelf overtuigen. Maar toen een landgenoot de horecagroothandel uitvond, begon het balletje langzaam te rollen, dankzij een gestage afname van de kwaliteit. Toch moest men nog wachten tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw op perfectie. Toen deed het onaandachtige barpersoneel definitief zijn intrede. Voor de diep gefrusteerde barbezoeker die hiervan het gevolg was, werd de veronachtzaamde, koud geworden tosti het vlees en brood geworden Stockholm-syndroom. Zoals het kruis het lijden van Christus verbeeldt, werd de tosti het symbool van het lijden van de kroegtijger.

Maar wat was Ingeborg na zes bier al mooi! "Nog een biertje graag, 'Borg", riep Van der Bosch van achter de Haunted House-flipperkast.


Uit: "Het zoete leven" door Walter Ter Veld, Den Haag, in 2009 uitgegeven door De hond met de wond.

Door Walter Ter Veld
meer lezen | 4 commentaren | 5 punten

Nonkelberg

Hij had zich andermaal in de luren laten leggen. Door een vrouw nota bene. Het was dan wel zijn moeder, maar toch. Hij dacht die leeftijd al ontgroeid te zijn, waarbij zijn moeder nog iets over hem te zeggen had. Nu had zij hem toch weer opgegeven voor een cursus kantklossen. Daar zat hij dan, tussen het door de God van het ranzige vet ruim bedeelde huisvrouwenvolk. Terwijl zij van hun laatste menstruatie genoten en dat tot in detail met elkaar deelden, probeerde hij tevergeefs een strop bij elkaar te kantklossen.


Uit: "De roestige breinaald van mijn oma" door Nonkelberg, Zevenhoven, in 1984 uitgegeven door Kant en Klara.

Door Nonkelberg
meer lezen | 3 commentaren | 4 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

Met een tas vol sperma verliet Martin Funkhauser de Landsbanki. "Prima dat ze mijn tegoeden bevriezen, maar ik heb het gevoel dat mijn miljoenen hier niet veilig zijn".


Uit: "Tussen inflatie en onanatie" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Reykjavik, in 2008 uitgegeven door Naast luister- ook kijkboeken!.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
meer lezen | 9 commentaren | 8 punten

Nonkelberg

Nou was ik niet zinnens om seks met haar te hebben, zoals dat wel met voorgaande schoonmoeders was voorgekomen. Toch was er een gedachte die ik niet kon onderdrukken. Ik vroeg mij sterk af of zij ook van zulke gore rookvlekken op haar borsten had en wat te denken van haar schaamlippen. Een soort gedachte die mij wel vaker te binnen schiet, zoals wanneer ik twee vieze vadsige mensen op straat zie lopen. Dan bedenk ik me dat ook die mensen seks hebben en zie ik beelden voor me die ik eigenlijk niet wil zien. Het blijft toch een materie die mij interesseert. Mensen die in hun onnoemelijke goorheid toch weer een soort van aantrekkelijk worden, juist doordat het echt niet kan. Die geilheid van het doorbreken van een taboe. Misschien moest ik Sarah met haar perfecte voorkomen maar laten vallen en het toch eens met haar moeder proberen.


Uit: "Boetseerklei maakt niet vrij" door Nonkelberg, Aalsmeer, in 2008 uitgegeven door De Gevallen Engelen.

Door Nonkelberg
meer lezen | 1 commentaar | 7 punten

Walter Ter Veld

"Een aardbeienboer had twee dochters", begon die professor. "Myra was bloed en bloedmooi, Martha was spuug en spuuglelijk. Myra kreeg van de boer de prachtigste kleren, dat versterkte het verschil tussen de twee nog. Zij had als taak om naar de markt te gaan om daar in haar mooie jurkjes de aardbeien te verkopen, terwijl Martha knielend en kruipend op het land zwoegde om de vruchtjes te plukken. Maar toen Martha haar zestiende verjaardag vierde, mocht ze van haar vader een wens doen. Ze koos ervoor om van plaats te wisselen met haar mooie zus. Een maand lang zou zij op de markt staan en zou Myra op het veld werken. Wat iedereen op zijn vingers na had kunnen tellen, gebeurde. Martha verkocht geen aardbei en de twee zussen moesten tot 's avonds laat doorwerken om de oogst te verwerken tot jam en aardbeienlikeur. Mensen.. welkom bij het vak marketing, semester 1, blok A, college 1: de P van personeel."

Aan die eerste les van mijn studie aan de Erasmus moest ik denken toen Lizette hier kwam solliciteren voor een baan op de productieafdeling. Dus vroeg ik jou, lieve Lizette, om in plaats daarvan bij onze buitendienst te komen werken. En nu, 25 jaar later ben jij, dat mag ik wel zeggen, nog steeds de mooiste dochter van ons bedrijf!


Uit: "Ik, Jan ondernemer" door Walter Ter Veld, Lisse, in 2008 uitgegeven door Piquant.

Door Walter Ter Veld
meer lezen | 8 commentaren | 5 punten

Th. Joh. Waldheim

Een verdomd goede observatie van mijn psychische gesteldheid was het. Volbrecht zou in de psychologie nog wel eens een grote kunnen worden. Als beluisteraar van het concert des levens had ik inderdaad maar één echt streven. Ik zou het liefst mijn leven voor de publieke zaak leiden. pro bono dus. Puur altruïstisch. Zonder enige vorm van eigenbelang. Ik zou bier absorberen voor de publieke zaak, onaneren, shoarma consumeren, vomeren. Alles zou ik over hebben voor de mensheid. Volbrecht sloeg echter op één belangrijk punt de plank compleet mis. Hij noemde mijn streven in zijn rapportages pro deo. Stom natuurlijk. Onnadenkend. Als ik dat voor ogen had, zat ik nu met bezweet voorhoofd, zwaar bepakt in lijn 52 naar het Yitshak Rabin Memorial Monument.


Uit: "Het hof maken; 68 romantische tips van vooraanstaande tuinarchitecten." door Th. Joh. Waldheim, Rucphen, in 1999 uitgegeven door Uitgeverij Hoempert.

Door Th. Joh. Waldheim
meer lezen | 4 commentaren | 7 punten

Nienna Linwëlin

De natte kleren plakten nog tegen haar bibberende lichaam. Natalie stapte het water uit en en sloeg de handdoek om haar lichaam. Terwijl haar lange sliertige haren nog nadrupten liep ze naar haar kleine Fiesta die onder de grote wilg bij het meer stond geparkeerd.

Zou Gideon haar gezien hebben? Misschien had hij haar charmante lichaamsvormen aanschouwd maar had hij haar niet durven benaderen. Ze besloot nog een laatste kans te wagen. Ze pakte uit haar rode wagentje een stapeltje netjes opgevouwen kleren. Natalie ontdeed zich rustig van haar natte broek om haar droge rokje aan te trekken. Totdat ze een luide stem achter zich hoorde. “Mevrouw, waar denkt u dat u mee bezig bent zo in het openbaar?” sprak de agent luid, terwijl hij zijn stijve probeerde te verbergen.

“Gideon” verzuchte Natalie en keerde zich nonchalant om. De agent keek haar verdwaasd aan “Wie is Gideon?” “U meneer, in mijn fantasie heet u Gideon” antwoordde ze zachtjes terwijl ze haar Fiesta instapte. Verdwaasd keek de agent de mooie dame na terwijl ze wegreed. Elke keer weer nam hij zich voor haar schoonheid te weerstaan, maar het ging niet. Als ze het koude water ingleed, waardoor haar vrouwelijke vormen door haar bloesje heen waren te zien, dan kon hij niet anders dan toekijken.


Uit: "Geen weerstand tegen schoonheid" door Nienna Linwëlin, Haarlem, 2002.

Door Nienna Linwëlin
2 commentaren | 4 punten

Walter Ter Veld

Hij stak zijn vinger triomferend omhoog richting Michelangelo's geschilderde vinger van God. "Yes!" Robbert was als nieuwe paus verkozen en het drong in één seconde tot hem door. Hij had nu volgens het protocol vijf minuten om een nieuwe naam te kiezen, maar dat zou geen probleem moeten zijn. 'Robbert de 25ste', desnoods, alsof er al 24 naamgenoten voor hem waren geweest. Hij zou dan een Robbertijnse kapel kunnen toevoegen aan deze Sixtijnse. En een Robbertijnse belofte aan de Celestijnse. En als hij koos voor een simpel 'Leo XIV' was het toch ook goed? God, elke koorknaap bedenkt al op zijn tiende een naam voor als hij ooit tot Paus zou worden verkozen, maar Robbert was in zijn koorknapentijd met andere zaken bezig geweest. Drie minuten nog. Hij moest in een flits denken aan indianenopperhoofd Crazy Horse die op Discovery Channel in de vertaling steevast heel lullig 'Gek Paard' werd genoemd. Een nieuwe naam kiezen is toch lastig. En waarom was er nog nooit een paus geweest die zichzelf 'Jezus II' of 'Petrus II' heeft genoemd?


Uit: "Een maaltijd voor de Römertopf" door Walter Ter Veld, Den Haag, 2008.

Door Walter Ter Veld
2 commentaren | 4 punten

Dolf de Waal

Met bezwaard gemoed zette ik mij aan mijn ochtendkrant, hoewel de tijd er meer naar was dat er een avondblad bezorgd zou worden. De avond ervoor was ik gaan stappen met Koning Alcohol, geslapen had ik echter in de armen van Morpheus. Maar ik had het nodig gehad, of ik was er aan toe, dat stond te bezien.

Het gesprek bij het arbeidsbureau ter zekerstelling van mijn WW-uitkering was niet gelopen zoals ik had gewild. Mijn sollicitatiepogingen konden maar geen goedkeuring wegdragen in de ogen van de behandelend ambtenaar. De brief naar het tollenaarsbureau wilde hij na enige uitleg mijnerzijds nog wel accepteren. Dat het metaalbedrijf geen zinksnijder wilde weet hij aan discriminatie. De afwijzende brief van de lokale houtzagerij op mijn sollicitatie naar de functie van hoekkeperspantschraper echter, sterkte de man in zijn waanidee dat ik de zaak aan het flessen was. Aan de gedachte dat ik wellicht trekschuitgeleider had willen worden maakte hij al helemaal geen worden vuil. “En wie denk je wel dat je bent, dat je denkt met een brief voor de functie van remittent weg te kunnen komen!?”

Witheet van woede was ik. Wat ik dacht van het eerzame beroep van wisselhouder? De vraag was te belachelijk om te stellen. Moest ik, omdat ik mij zo nodig op de arbeidsmarkt moest begeven, nu ook al dergelijke deugdzame beroepen ontzien? Was het soms noodzakelijk dat ik mij omschoolde en mij bekwaamde in de benodigde competenties voor functies als ‘junior executive sales person’ of als ‘senior coördinerend staffunctionaris deskundigheidsbevordering’?

Met een ferme knal had ik zijn kantoordeur gesloten, vastbesloten nooit meer een voet in dat hoogst deprimerende gebouw te zetten. Een betaalde baan was daarvoor wel een noodzakelijke voorwaarde, wilde ik niet van de bedelarij gaan leven. En nu zat ik door de pagina’s met vacatures te bladeren. Niets zat erbij. Te oud, te ver weg, te slechte betaling of te modieus. Om moedeloos van te worden. Mijn oog viel plots op een afwijkend lettertype, linksonder in de hoek. ‘Middelkleine monarchie zoekt Vorst’. ‘Wegens omstandigheden zoeken wij een nieuwe Vorst. U bent een Koning, of bereid dat te worden. U dient te beschikken over (enige aantoonbare) affiniteit met Rijksappels, ervaring met scepterzwaaien strekt tot aanbeveling. Gehuwde staat geen bezwaar. Nadere inlichtingen: ‘Huize Popla’, Radijsgracht 45, Maasdam'. Hoewel het adres van het bekende studentenhuis een soort van grap deed vermoeden, schreef ik al vlot mijn eerste concept van een sollicitatiebrief.


Uit: "Koning, Keizer, Admiraal" door Dolf de Waal, Ter Weksel, 2008.

Door Dolf de Waal
4 commentaren | 4 punten

Pastor Leeuwens

Benk voelde zich eenzaam.
'Als ik nu zelfmoord pleeg, hoe lang zal het dan duren voordat iemand het doorheeft?' mompelde hij tot zichzelf. Hij besloot de proef op de som te nemen en liet zich voor dood uitzakken in het leer van de bank, vastbesloten niet te bewegen totdat iemand uit bezorgdheid aan de deur zou morrelen. Of misschien zelfs wel paniekerig op het raam zou kloppen, onder het uitroepen van zijn naam. Hij stelde zich voor hoe mensen voor een reporter zouden zeggen 'het was een gewone jongen, ik had nooit verwacht dat hij dergelijke neigingen had'. Hij dacht aan Sarah, die huilend zou toegeven dat ze al jaren heimelijk verliefd op hem was. Ja, het dood zijn beviel Benk wel. Jammer alleen dat de tv nog op SBS6 stond.


Uit: "Wie treurt krijgt een beurt" door Pastor Leeuwens, Tongeren, 2008.

Door Pastor Leeuwens
3 commentaren | 8 punten

W.F.G.H. Ambrozijn

Hij was een schrijver en had een zestal boeken uitgebracht. Maar zijn luiheid dwong hem uitsluitend in indirecte rede te schrijven. De oorzaak lag in het feit dat leestekens tijdens zijn vierdaagse typecursus in Schoorl taboe waren, zoals de omstreden schrijver zelf aangaf. Dit gaf hem de status van buitenbeentje in literaire kringen.
Hij kon dan ook moeilijk een punt achter zijn relatie met Brigitte zetten.


Uit: "Goed kletsen met een vrouw vergt soms handen" door W.F.G.H. Ambrozijn, Hintham, 1982.

Door W.F.G.H. Ambrozijn
1 commentaar | 6 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

"Goed, laten we de notulen van de vorige vergadering er even bij nemen. Heeft iemand over de inhoud nog iets te vragen?
Nee? Goed, aan de slag dan maar."
"Ehh.."
"Ja Denkbert?"
"Wie maakt de notulen van deze vergadering?"


Uit: "Het Management" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Rotterdam, 2008.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
1 commentaar | 5 punten

Ijsje

Na het bal was de prins allerminst vrolijk gestemd. Stad en land behoefden niet meer afgezocht te worden. Zijn kansen op een wederhelft waren schoon verkeken nadat hij Assepoester nariep haar muil te houden.


Uit: "De successie van Koning Kluns" door Ijsje, Alphen aan den Rijn, 1991.

Door Ijsje
login of registreer om commentaar te posten | 8 punten

Goliath Uytenheugte

Het vreemdste gesprek dat ik ooit heb meegemaakt in het park was met een zonderling in extremis. Typisch zakenmannetje: snel kapsel, vrolijk kostuum, maar wel met een zelfvoldane korzelige rotsmoel.

- "Je ziet er nogal als een klootzak uit."
- "Pardon?"
- "Je ziet er nogal als een klootzak uit."
- "Sorry. Ken ik u?"
- "Nee. Gelukkig niet".
- "Waar slaat het dan op om mij zomaar een klootzak te noemen?", vroeg de man geagiteerd.
- "Ik heb het recht dat te zeggen."
- "Heeft u soms Gilles de la Tourette of zo?", vroeg hij. Ik merkte dat hij mijn eerste opmerking probeerde te ontwijken. De lafbek.
- "Nee hoor."
- "Heb ik u dan soms iets misdaan?"
- "Hier zitten lijkt mij al voldoende."
- "Kom op zeg. Dit slaat echt nergens op."
- "Je probeert mijn opmerking te ontwijken. Het gegeven dat je je zo defensief opstelt, bevestigt alleen maar mijn oordeel."
- "Flikker toch op man."
- Op je banaliteiten zit ik niet te wachten. Je mag dan wel ouder zijn dan ik, maar zo te merken was een goede opvoeding aan jou niet besteed."
- "Hè?"
- "Dat bedoel ik."
- "Goed... Dit heeft geen zin. Ik vertrek voordat mijn stoppen doorslaan."
"Zie je wel? Je bent gewoon een klootzak."

De man verloor hierop elke vorm van beschaving en zette het op een rennen, nog voordat onze dialoog goed en wel fatsoenlijk was beëindigd.


Uit: "Ze noemen mij Zeldzaam" door Goliath Uytenheugte, Veenhuizen, 1998.

Door Goliath Uytenheugte
2 commentaren | 8 punten

Goliath Uytenheugte

Mieke was zeer content met de design-pannen die ze had gewonnen. Strakke Italiaanse stijl, schuine bodem (onder een hoek van exact 45 graden), ultradun en superplat glazen deksel. Strakker en unieker dan dat zag je ze niet.

Die avond zou ze haar nieuwe set op gepaste wijze inwijden: Italiaans voor de nog hoger opgeleide hogeropgeleide. Zeg maar Pasta Armani.

Energiebewust als ze was kookte ze eerst het water in een waterkoker en goot daarna het kokende water in de pan, die ze al op haar bijpassende strakke inductiekookplaat had staan. Naarmate de pan zich vulde met water, kwam echter het zwaartepunt te ver buiten de pan met de schuine bodem te liggen; de pan tuimelde, het kokende water gleed soepel en pijnlijk over Miekes blote voeten, gevolgd door de 2,3 kilogram wegende design-pan. Nog voordat ze doorhad dat haar voeten verbrand waren en haar rechtervoet bovendien comminutief gebroken, kwam er al een hartgrondig 'kutverdekutkanker!' uit. Mieke, rationalist als ze was, wendde zich vervolgens tot de rede om haar leed te valideren:"Esthetische waarden gaan boven functionaliteit, maar wie zal mij verlossen van Newton, Celsius en Des Bouvrie?"


Uit: "De wondere wereld van Mieke Wagenaar" door Goliath Uytenheugte, Jakarta, 2003.

Door Goliath Uytenheugte
3 commentaren | 7 punten

W. John Willemsen

Verontwaardigd stap ik weer mijn auto in. Even ril ik maar al snel besluit ik dat het wel erg onsportief van haar is om meteen bij onze eerste ontmoeting haar auto om een boom te vouwen en daarbij het leven te laten. Gelukkig hoef ik haar nu niet meer uit eten te vragen, een bezigheid die mij doorgaans de stuipen op het lijf jaagt. Bovendien kunnen vrouwen die nieteens de grap inzien van een stevige partij bumperkleven mij al jaren mijn reet verrotten. Deze gedachte stelt mij gerust. Ik geef een flinke dot gas en verval in de anonimiteit, de grijze massa van vakkundig gevouwen metaal, langzaam achter elkaar aan tuffend, eenzaam onderweg naar de langzame, trage dood die het leven heet.


Uit: "Schijndood zonder koffie" door W. John Willemsen, Nes aan de Amstel, 1998.

Door W. John Willemsen
1 commentaar | 5 punten

W. John Willemsen

"Mijn besluit staat vast, duifje," dicteerde Hans die middag vol overgave in zijn dicteerapparaat waarvan vorige week de opnamekoppen nog vakkundig gereinigd waren. "Vanaf morgen heet ik Linda en die gore aardappelen van je kun je voortaan wel in je reet steken." Hij stopte het dicteerapparaat en spoelde de cassette terug. Even bedwong hij de aandrang zijn heldhaftige uitspraak direct terug te luisteren. Hij besloot dat zijn hartslag inmiddels wel voldoende gestegen was en nam de cassette voorzichtig uit het apparaat. Hierna voorzag hij de cassette van een datum en schoof het plastic geval in het daarvoor bestemde doosje. Hans kwam inmmiddels enigszins tot bedaren en verzamelde de moed om de cassette veilig in zijn archiefkast op te bergen. Toen verliet hij zijn kantoor.

Zelfvoldaan zat hij die avond op de bank. Wéér een spelprogramma op TV. "Wat eten we vandaag, duifje?"
"Pasta, schat"
"Uhh, pasta?"
"Pasta ja, je weet wel van die deeg rotzooi met saus. Is t godverdomme weer niet goed?"
"Uhh jawel, duifje, ik geloof alleen dat ik iets op kantoor heb laten liggen."


Uit: "De Moesson van Misplaatste Meningsuiting" door W. John Willemsen, Warmond, 2001.

Door W. John Willemsen
3 commentaren | 8 punten

Walter Ter Veld

Ze is niet het type dat zelf haar wollen truien breit, maar dat doet ze wel degelijk. Van dat breien staat in haar cv, dat tussen ons in op de tafel ligt. Ik zie ons al zitten, zoals in een whiskey-advertentie. Locatie: een Schotse cottage met zware houten balken. De trui: folklorepatroon, prachtige wol, perfecte pasvorm. Niets dat aan Mart Smeets doet denken. Het haardvuur brandt. Ik zit in een chesterfieldfauteuil vol craquelure. Zij in kleermakerszit op de schapenvacht bij de haard, met haar rug leunend tegen mijn benen, haar blonde krullen wat warrig door onze wandeling in de motregen door de glen. Nee, nee, zo is ze helemaal niet. Ze is het type dat Italianen van hun scooters doet vallen als je haar meeneemt bij een zakenreis naar Milaan. Ze klaagt dat haar Prada's knellen en mokt over het feit dat ik vergeten had te reserveren bij sterrenrestaurant Peck, haar saffierblauwe ogen gemaakt bozig achter donkere glazen. Zij is van mij, maar alleen zolang de zaken goed gaan, besef ik. "Neem haar aan", zeg ik tegen mezelf, "dan blijven de zaken goed gaan."
Ik vraag of ze mijn kantoor goed heeft kunnen vinden. Ze knikt. "Ben jij die enthousiaste directieassistente die haar tanden in de internationale kaashandel wil zetten?" citeer ik uit mijn advertentietekst. "Ik heb iets met kaas", antwoordt ze en vervolgt met een verhaal over een gênant bijbaantje tijdens haar opleiding in Alkmaar. Haar stem is schor, alsof ze gisteravond in een karaokebar de finale heeft gehaald. We lachen. Haar tong is roze, zoals bij elk mens, maar het valt me op.
"Bougon", zeg ik. Zij: "Dat is een pyramidevormig geitenkaasje, heel zalfachtig van structuur en leuk om in de oven te smelten net zoals honderden bruine eetcafés dat doen."


Uit: "Biografie van Brinta Verkade" door Walter Ter Veld, Den Haag, 2008.

Door Walter Ter Veld
2 commentaren | 5 punten

Hoe werkt het?

Op Laudo schrijven en beoordelen wij fictieve fragmenten uit fictieve boeken. Meedoen? Dat kan! Meld je aan en schrijf een fragment. Vervolgens beoordelen je mede-auteurs je stuk door erop te stemmen. Haal je de magische 3 punten, dan belandt je fragment op de voorpagina. Bij een beoordeling van -5 punten, verdwijnt je stuk naar de eeuwige fictieve jachtvelden. Het is dus van groot belang dat je stemt, opdat het recht zegeviert.
Meld je hier aan.

Zoeken

Wie is online

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 1 gast online.

Hulde en bloemen

GebruikerPunten
Th. Joh. Waldheim2818
Dolf de Waal2410
Pastor Leeuwens2406
Abr. M. Harmitonius2344
Goliath Uytenheugte2328