Ditmaal waagde Jan-Willem Robespierre zich aan een confrontatie met de upperclass, op zoek naar een conflict.
Lokatie: een rokkostumeerd bal voor zwetende vijftigers.
Zijn slachtoffer vond hij in een zwetende vijftiger, die behendig zijn neus in een rode wijn stak.
"Tikkeltje aarde", zei Robespierre tot de man.
"Juist, als je het mij vraagt teveel aarde", opperde de man.
"Een student, neem ik aan?"
"Zeker."
"Ah, mooie tijd. En wat studeer je, if I may ask?"
"Geschiedenis."
"Geschiedenis? Man, wat denk je daarmee te worden?"
"Vrijwel zeker historicus."
"En hoeveel kun je daarmee dan verdienen?"
"Veel minder dan ze vroeger deden."
"Man, waarom studeer je dan geschiedenis?"
"Om erachter te komen dat ze vroeger veel meer verdienden dan nu"
"Wat is je naam?"
"Jan-Willem Robespierre."
Het financiële debacle
Uit: "Het financiële debacle" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Kaageiland, in 2008 uitgegeven door Bert Slager.
Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
Dank Waldheim, aan jouw woorden hecht ik meer waarde, dan aan wederom de nalatigheid van die verderfelijke nobelcommissie.
Ambtenarengedoe..bah.
Heerlijk. Een genot van begin tot eind. Puntje!
Wees zo goed, waarde heer, de verzekering van mijn bijzondere gevoelens te aanvaarden.
Hoogachtend,
Th. Joh.

Me dunkt dat de volgorde van de vraag / dialoog net even anders moet om ons te kunnen verplaatsen in de balzaal (als observant, gekleed in tenue de ville, dat spreekt!)
Min 1
Odi profanum vulgus @ arceo