Kees Pens,directeur van het Zutphense Museum voor Aristocratische Kunst, had een oog voor dingen die iets opbrachten.
Op de gekste plekken vond hij voor een prikkie de meest waardevolle kunstwerken.
Zo liep hij in 1973 als student Rechten (vaders keus), door een steeg in de Gentse binnenstad, waar op dat moment verhuizers uit een raam op drie hoog een volledige huisraad mikten. Alle spullen belandden keurig in een grote container, naast Kees. Pens keek omhoog en zag een schilderij zijn kant op komen. 'Niet gooien!' riep hij nog, maar toen het schilderij langs zijn gezichtsveld kwam, zag hij dat hij ongelijk had. 'Zeventiende eeuw, landschap...wel gooien! Jan van Goyen!'
Sindsdien bouwde Pens binnen gesubsidieerde kunstkringen een naam op als 'kunstmazzelaar', mede door de Appel die in 1985 op zijn hoofd belandde. En door deze reputatie is hij uiteindelijk museumdirecteur geworden. Maar echte mazzel bleef tot nu toe voor het museum uit. Tot die dag in november 2004, waarop hij samen met zijn secretaris een kunstwerk in de Linnaeusstraat in Amsterdam vond. 'Tsja', zei Pens tegen zij secretaris, 'Het is een echte Van Gogh, maar door totaal iemand anders gesigneerd. Leuk geprobeerd, maar deze hangen we niet in het museum. Ga je mee, Kokkie?'
Je kunt niet altijd geluk hebben.
Kees Pens, een Kunstschat
Uit: "Kees Pens, een Kunstschat" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Amsterdam, in 2010 uitgegeven door Bert Slager, in opdracht van de Boerenleenbank, afdeling Kunst.
