Arnold had altijd al moeite gehad zijn mening over vrouwen voor zich te houden. Toen zijn echtgenote Anja meende dat hij vanavond wel eens kon koken opende hij prompt een betoog over de zwakheid van de vrouw. Mede hierdoor keek hij wel enigszins op toen Anja haar trouwring op de grond smeet, uitriep dat ze dan verdomme wel een ander zocht, en de deur achter zich dichtwierp.
Bijna dertig uren waren er nu verstreken, de tijd hield hij bij op de klok tegenover de stoel waarop hij al die tijd had gezeten. Anja was niet teruggekomen, en al die tijd had hij niets gegeten. 'Nog even', zei de uitgehongerde Arnold tegen zichzelf, 'en dan ben ik zwak genoeg om zelf te koken.'
Uit: "Arnold, een geval apart" door C.Q. Ahrends, Diemen-zuid, 2007.

Dank, dank!