Vol verbazing staarde hij haar aan. "Jouw land? Maar ik heb hier immer gewoond!" "Maar wij zijn allemaal gedeporteerd en vermoord, dus nu mogen wij hier wonen!" Bitste ze terug. Dankzij haar ogen, zwartblauw als een ondiepe poel op een bewolkte nacht, vlak na half twee, viel haar grote neus niet zo op. Toen hij haar overrompelde met zijn passionele kus, zat haar neus ook niet in de weg. Zou deze Jodin dan toch een vrouw zijn, van vlees en bloed?
In het stoffige zand bedreven ze de liefde. Het was de mooiste, meest intense liefde die hij ooit had bedreven, al was dat niet zo verwonderlijk daar hij bij de illegale Poolse prostituees nooit liefde kon kopen, daar had hij het geld niet voor.
Weemoedig keek hij naar het jodenbloed op zijn handen. De liefde bedrijven was mooi, maar het was wel zijn land. Hij had er immer gewoond.

Pardon vergeten te melden: de genoemde link is dood.