De bel rinkelde, de deur opende zich verder en die gebeurtenis werd pijlsnel opgevolgd door het uit de coulissen verschijnen van een klein gebrild mannetje met grijs krullend haar en een zeer pientere blik.
“Wat vraagt u voor die empireklok?”, vroeg de binnengekomene, een beschaafd geklede dertiger met enigszins getinte huidskleur en een overmaat aan lichaamshaar. “Fl. 1800,- dat staat er toch op!” antwoordde de gebrilde kortaf.
Accoord, het was een mooi stuk en in vrijwel perfecte staat maar die prijs hoorde er toch niet bij? “1800, u moet zich vergissen, dat brengt zo’n klok nog niet eens op bij een veiling-voor-het-goede-doel! Laten we die 1 eraf halen en we zijn elkaars man.”
De verkoper wendde beledigd zijn blik af en dacht terug aan de manier waarop hij aan het stuk gekomen was. Een joodse gevangene had het hem aangeboden, als betaling voor één ogenblik van onoplettendheid. Met enige terughoudendheid had hij de klok geaccepteerd, wellicht bracht verkoop hem wat extra fondsen; vrouw en kinderen zouden er wel bij varen.
Natuurlijk had hij uiteindelijk geschoten en raak ook! Geprezen was hij door de leiding en een week verlof was zijn deel geweest. De klok echter, die had hij nooit kunnen verkopen. En nu bood deze klant hem Fl. 800,-, klaarblijkelijk de prijs van jaren gekweld geweten. Zou hij nu rust vinden?
Voor Fl. 1200,- werden ze het eens en de koper ging tevreden naar huis met zijn klok.

Accoord, enige tips ter verbetering dan wellicht?