Waarom toch heb ik zo’n ongeluk, altijd maar weer die domme pech? Is het omdat ik voor het ongeluk geboren ben, een dubbeltje dat maar hardnekkig niet een kwartje wenst te worden? Welnee, het kan niets medisch zijn. Het moet iets anders wezen.
Zoals laatst. Het was een prachtige zomeravond, de zon ging langzaam onder en het had net met flinke onweders geregend. Een boswandeling dus, de lucht nog zwanger van ozon en hemelwater. Omringd door stilte, alleen verbroken door de diverse dierengeluiden, keek ik mijn ogen uit. Dartel sprongen de konijntjes, schuchter meldde zich een reebok en in de verte laafde een paar vossen zich aan een bemodderde waterpoel. De door de eeuwen bemoste eik bleek een woonstede voor reeksen van eekhoorns, terwijl de open plek, zo halverwege, een idylle bleek, bosnimfen waardig. Prachtig die natuur.
Aan het eind van de wandeling echter, werd ik belaagd door zwermen vogels, die alle hun snavel in mijn schedel wenste te zetten. Gillend van de pijn rende ik het bospad af, recht in de armen van het bevoegd gezag, de boswachter. En wat wist de goede man te melden, nadat ik hem deelgenoot had gemaakt van mijn recentste ervaring? “Ach meneer, wie een houten kop heeft, moet niet door een bos vol spechten lopen."

Proficiat heer Van Bechel! Ik heb van uw werk genoten!