Al geringe tijd ging Jacques iedere zondagochtend naar het hotel aan het einde van de straat. De schoonmaakploeg liet hem stilzwijgend binnen door de personeelsingang aan de zijkant en Jacques wist zijn weg naar alle toiletten in het gebouw inmiddels blindelings te vinden. Na op elk toilet het emmertje naast de pot in zijn rugtas te hebben geleegd, ging hij luid fluitend weer op huis aan. Met de woorden ‘Schat, ik ben aan het klussen!’ liep hij met soepele tred door naar de garage, waar een grote ketel op vier butagasstelletjes stond opgesteld. Jacques gooide de inhoud van zijn tas in de ketel en trok zijn klamme kleren uit. Naakt roerend door het warme water met een lange pollepel snoof hij het geurige aroma van de tamponnade van rode klats op. Smalend gingen zijn gedachten uit naar hen, die zich doorgaans vervelen op zondagmiddag.
Het geklater van pisnichten
Uit: "Het geklater van pisnichten" door F.Platjes, Grubbenvorst, 2005.
Door F.Platjes
Laten we wederom de titel niet veronachtzamen, hulde!
'Jacques' is natuurlijk alleen al een punt waard. En aangezien ik niet meer punten uit mag delen, lijkt mij verder commentaar overbodig.
Mooi gevonden: Tamponnade.... Heerlijk, mij heb je wederom.....

Na lange tijd het stuk nog eens gelezen.
Ik zou het ' geringe' door 'geruime' vervangen.
Mijn punt stond er al...niet enkel door de heerlijk smerige inhoud.
Abraham M. Harmitonius