Nu had Jos nooit bekend gestaan als standvastige drinker, maar om om tien uur 's ochtends al kruipend zijns weegs te moeten gaan, vonden Jos' maten dermate vreemd dat zij zich - ofschoon zij zelf ook al enkele glazen pils genuttigd hadden - toch zorgen gingen maken om hun Jos, al vonden ze het enigszins plezant om zo hun carnaval in te luiden.
Een uur was verstreken in de herentoiletten van café Den Dobbelaer in een poging om Jos weer enigszins aanspreekbaar te krijgen. Paul bleef vochtige doekjes aanvoeren en Matthieu hield Jos' hoofd recht boven de wc. Ondertussen bleef Jos om zijn veldfles vragen, een uitmuntende accessoire bij zijn soldatenkostuum. Aangezien zij veronderstelden dat Jos met dit water zich snel weer de oude zou voelen, stonden zij hem dit toe.
Naarmate de situatie verslechterde en Jos nu half bewusteloos boven de wc hing, besloten zij een ambulance te laten komen. In een laatste wanhopige poging om hem ondertussen weer bij zijn positieven te krijgen, greep Matthieu de veldfles en kieperde die - voor zover er nog iets in zat - leeg op Jos' hoofd. Het water bleek geen water maar onverdunde strohrum. De ambulance kwam te laat.

Inktkoelies?