Het was zo’n heerlijke maandagmiddag om het leven te relativeren en iets compleet nutteloos te gaan doen. Althans, op het eerste gezicht nutteloos. Want nutteloze activiteiten bewijzen wel degelijk hun nut wanneer zij het juiste effect sorteren en de eigenwaarde van de ‘activist’ tot grote hoogte doen stijgen.
Het geval wilde dat August op zijn rommelige studentenkamer geen inspiratie kon vinden voor zijn relativering en het daarom maar buiten ging zoeken. De inspiratie was snel gevonden. Op het plein bij het stadshuis stond een grote groep te demonstreren voor hoger loon. Leuzen scandeerden zij, vlaggen werden gezwaaid, erwtensoep door de vakbond uitgedeeld. Welke groep het betrof kon August niet schelen, voor zijn part waren het kampbeulen die om meer verdiensten stonden te smeken. Of leraren desnoods. August stapte de meute in en deed zijn wollen sjaal af om het tussen zijn gestrekte armen omhoog te houden. Zijn pleidooi was er niet een van hoger salaris, maar van relativering. De sjaal, gebreid in een chaotisch driekleurig motief, las geen flauwe slogan, maar etaleerde anarchie.
Het was zo’n heerlijke maandagmiddag om het leven te relativeren. De voldoening van de nutteloosheid stroomde als warme chocolademelk door August’ aderen.

Zo mag ik het zien: Waldheim is van alle markten thuis.
Dank u, mijn beste.