De deuren stonden wagenwijd open en het luchtgordijn blies een aangename stroom lucht in Thijsberts nek. Toch aarzelde hij om verder naar binnen te gaan. Het was vreemd terrein, maar hij hield zichzelf voor: 'wie mooi wil gaan, moet pijn doorstaan'. Hij hield wel van pijn, maar voor onbekende pijnen was hij doorgaans toch huiverig. Net met een been stond hij in de Hunkemöller - in een voor hem vreemde stad uiteraard. Met gebogen hoofd ging hij schoorvoetend verder, ondertussen nam hij vanuit zijn ooghoeken de hele collectie in zich op.
Hij hield stil bij een rek waar hij een interessant setje zag, al zou hij het voor zichzelf spicy of kinky hebben genoemd. Het setje was roze met zwart en had kleine subtiele versieringen. De jarretels maakten het af. Ondertussen werd Thijsbert zo opgewonden dat hij hoorbaar begon te ademen; hij begon zich weer Fiona te voelen. In zijn angst om betrapt te worden, griste hij snel een setje uit het rek zonder naar de maat te kijken en liep in een rechte lijn naar de kassa, bijna een tengere verkoopster omver lopend.
De verkoopster achter de kassa - Silvia pronkte er met sierlijke letters op haar naamplaatje - nam het setje in ontvangst en keek hem omfloerst aan.
'Voor mijn vriendin!', loog hij terwijl hij begon te blozen.
Transformatie in het donker
Door Goliath Uytenheugte
De oorspronkelijke bedoeling van het gedeelte in de tegenwoordige tijd was om de verteller even te laten uitzoomen en in de wereld van de lezer commentaar te leveren. Helaas kwam dit taalkundig, zoals door u scherp opgemerkt, slecht uit.
Het is aangepast.
Voor mij klinkt het niet helemaal logisch dat je van verleden tijd naar tegenwoordige tijd en weer terug gaat. Heb je daar een motivatie voor?

Dit is inderdaad al beter!