Het gregoriaanse koor trok zijn aandacht. George hield stil. Dit was zijn aandacht eindelijk eens waard. Het beeldende vermogen van het canvas was zo levensecht dat het tot de diepste gewelven van zijn wezen doordrong. Harmonieuze stemmen galmden door de middeleeuwse zalen van het schilderij. George beeldde zich in dat hij de klanken van het tafereel kon horen, en werkelijk de streling voelde van de zonnestralen door de felgekleurde glas-in-lood-ramen. De afwisseling van het beeld was fascinerend; licht en duister, ridders en monniken, klanken van zwaardgevechten en goddelijk gezang. Puur genot was het voor hem om zijn entree te doen in deze wereld van vergane glorie.
Ruw verstoord door een tweedeklassertje dat tegen hem opbotste, verliet George schoorvoetend de wereld van illusies. Hij stapte weer in zijn schoonmaakwagentje, en ging verder met zijn ellendige werk.

En bij welke uitgever wordt dit degelijk cultureel werk gepubliceerd?