P. van Doorn Holstein

Eduard Mgombo sloot de dolgelukkige en snikkende Desiree de Groot in zijn armen.
De jonge, Nigeriaanse asielzoeker leerde de hoogblonde, 41 jaar oude verkoopster kennen in de lokale dorpsdisco.
Na een intensieve verkering van bijna drie weken had hij haar ten huwelijk gevraagd, en zij had zijn verzoek met een volmondig 'ja' beantwoord.
Desiree's gedachten waren vervuld van vleugen rozengeur en stralen maneschijn. In gedachte zag ze zich al bij het altaar naast haar ebbenhouten droomprins staan.
De gedachten van Eduard waren dat moment meer pragmatisch van aard. Hij dacht vooral aan de verblijfsvergunning, het uitstekende sociale vangnet van de Staat der Nederlanden en het zalige vooruitzicht om zijn dagen in ledigheid en lethargie te gaan slijten, terwijl Desiree zich in het zweet zou werken om voor hem de benodigde penningen te genereren voor merkkleding, een dure mobiele telefoon en de nodige bling-bling.
Desiree was voor hem met recht een vette buit, mede gezien de veertig kilo overgewicht waar ze al jaren mee worstelde.


Uit: "Hoogblond met het IQ van een fruitvlieg." door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen, in 2010 uitgegeven door Uitgeverij Bij Den Haag Rechtsaf, Groningen.

Door P. van Doorn Holstein
meer lezen | 9 commentaren | 4 punten

P. van Doorn Holstein

De open dag van de Sultan Moeboerah-moskee in de wijk was voor Harm een buitenkans om het imposante gebouw eens van binnen te bekijken. Harm zat boordevol met vragen en na de rondleiding was hij al spoedig in een geanimeerd gesprek verwikkeld met de imam, een imposante verschijning met een wit gewaad een een woeste baard.
Na verloop van tijd nodigde de imam Harm uit om iets met hem te drinken in een vertrek in de moskee dat dienst deed als zijn kantoor. Daar aangekomen sloot de imam de deur achter Harm en liep op een grote dossierkast af.
Hij opende een van de lades en haalde daar tot grote verbazing van Harm een grote fles Schotse single malt whiskey uit. Uit een andere lade toverde hij twee glazen tevoorschijn en met een geroutineerd gebaar schonk hij de twee glazen tot de rand toe vol.
"Religie is leuk" sprak de imam, "maar het moet wel een lolletje blijven", en met een ferme teug ledigde hij zijn glas tot op de bodem. "Wow" dacht Harm. "Dat gaat helemaal goedkomen met die integratie", en hij volgde het voorbeeld van de imam.
"Ik heet trouwens Ibrahim" sprak de imam, "maar in het weekend kennen de meeste mensen me als Anja". De imam schonk zichzelf nog een tweede glas in en liep naar het raam.


Uit: "Harm en de veertig rovers" door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen BRD, in 2005 uitgegeven door In Excelsis Deo.

Door P. van Doorn Holstein
meer lezen | 3 commentaren | 6 punten

P. van Doorn Holstein

Nadat Conraad de was had opgehangen liep hij met de lege wasmand de zoldertrap weer af. Op de eerste verdieping aangekomen viel het hem op dat hij al zeker een half uur geen geluid meer had gehoord uit de kinderkamer.
Voorzichtig drukte hij de halfopenstaande deur open en keek de hoek van de kinderkamer in. Op de grond was zijn vijf jaar oude dochtertje Karlijn druk in de weer met een vel tekenpapier en een doos kleurpotloden. In de hoek stond de wieg waarin hij een half uur geleden zijn drie maanden oude zoontje Stef te rusten had gelegd.
Met een glimlach om zijn lippen wilde hij de deur weer zachtjes sluiten, toen hij op de grond naast de wieg de lege literfles salpeterzuur zag liggen. Pas toen viel het hem op dat er vreemde dampen uit de wieg omhoog kwamen. Toen keek Karlijn op vanaf haar tekening en zei ze met een stralende glimlach: "Stef was vies, en ik heb hem weer schoongemaakt".
Met een paar stappen stond Conraad bij de wieg en zag daarin de halfverteerde resten van wat eens zijn kind was. "Mmmm" zei Conraad ernstig. "Hoe moet ik dit nu weer aan Marjan gaan uitleggen?".
Kalm liep hij de kamer uit en begaf zich naar de keuken. Dit was een uitgelezen moment voor een kom Bulgaarse yoghurt.


Uit: "Na gedane arbeid" door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen BRD, in 2009 uitgegeven door Het literaire beeld.

Door P. van Doorn Holstein
meer lezen | 5 commentaren | 10 punten

Goliath Uytenheugte

Dwars door de walmen van de plichtmatige kartonnen bekers stationskoffie heen bereikte hem de chemische geur van cover up, mascara en lippenstift. Hanno keerde terug uit verloren gedachten om neer te kijken op het ijdele ritueel dat de jongedame uitvoerde. Met slaafse routine plamuurde ze haar gezicht tot een ondoordringbare façade. Hanno trachtte te doorgronden wat de vrouw bezielde. Waarom deed ze dit niet thuis? Was ze te laat opgestaan of schroomde ze in het bijzijn van haar man? Waarom mag op haar bestemming niemand de kwetsbaarheden en onvolkomenheden van haar uiterlijk aanschouwen, maar is dat in de trein – en plein public – wel toegestaan? Zou de wereld zo in elkaar zitten dat de mensen die je kennen gevaarlijker zijn of in elk geval meer schade aan de ziel kunnen toebrengen dan onbekende mensen? De nieuwsgierige geest in Hanno kreeg de overhand en hij besloot de vrouw aan te spreken: ‘Pardon. Denk je nu echt dat ik geen mening over je heb omdat ik je niet ken?’


Uit: "Ooit en geen dag eerder" door Goliath Uytenheugte, Stadskanaal, in 2009 uitgegeven door Literaire Excessen.

Door Goliath Uytenheugte
meer lezen | 12 commentaren | 6 punten

Nonkelberg

"Hoi schat!"
"Hey meissie."
"Wat ben je aan het doen?"
"Tv-kijken."
"Toch geen porno he?"
"Toch wel. Lingo, de porno van de woordliefhebber."
"Kijk je niet liever echte porno?"
"Alsjeblieft niet zeg. Van de zilveren lingobingobal wordt ik een stuk geiler, dan van zo'n gebleekte anus."
"Dus ik had het niet moeten doen?"
"Allicht."


Uit: "Vertrossing" door Nonkelberg, Ter Aar, in 2010 uitgegeven door Woordenschat.

Door Nonkelberg
meer lezen | 1 commentaar | 8 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

Ik heb het leven genomen, zoals het kwam.. En dat is maar goed ook. Een gelaten gemoed is essentieel voor de pure leefervaring. Blij zijn met kleine dingen. Het huwelijk hoog houden en het koesteren van de gedachten aan de eerste lach van je kind.
Gisteren kwam ik thuis van werk, mijn vrouw stond in de gang en zei: "Schat, ik heb een oppas voor Babel. Kleed je om, we gaan vanavond naar een musical."
Ik had nooit gedacht dat ik ooit zo gelukkig zou zijn.
We hadden ook treinkaartjes erbij. Eerste klas.


Uit: "De Burgerlijke Stand, door prof. dr. Guido Wanders" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Almere, in 2009 uitgegeven door Harderwijk University Press.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
meer lezen | 4 commentaren | 9 punten

Nonkelberg

Hij had zich andermaal in de luren laten leggen. Door een vrouw nota bene. Het was dan wel zijn moeder, maar toch. Hij dacht die leeftijd al ontgroeid te zijn, waarbij zijn moeder nog iets over hem te zeggen had. Nu had zij hem toch weer opgegeven voor een cursus kantklossen. Daar zat hij dan, tussen het door de God van het ranzige vet ruim bedeelde huisvrouwenvolk. Terwijl zij van hun laatste menstruatie genoten en dat tot in detail met elkaar deelden, probeerde hij tevergeefs een strop bij elkaar te kantklossen.


Uit: "De roestige breinaald van mijn oma" door Nonkelberg, Zevenhoven, in 1984 uitgegeven door Kant en Klara.

Door Nonkelberg
meer lezen | 3 commentaren | 4 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

Met een tas vol sperma verliet Martin Funkhauser de Landsbanki. "Prima dat ze mijn tegoeden bevriezen, maar ik heb het gevoel dat mijn miljoenen hier niet veilig zijn".


Uit: "Tussen inflatie en onanatie" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Reykjavik, in 2008 uitgegeven door Naast luister- ook kijkboeken!.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
meer lezen | 9 commentaren | 8 punten

Nonkelberg

Nou was ik niet zinnens om seks met haar te hebben, zoals dat wel met voorgaande schoonmoeders was voorgekomen. Toch was er een gedachte die ik niet kon onderdrukken. Ik vroeg mij sterk af of zij ook van zulke gore rookvlekken op haar borsten had en wat te denken van haar schaamlippen. Een soort gedachte die mij wel vaker te binnen schiet, zoals wanneer ik twee vieze vadsige mensen op straat zie lopen. Dan bedenk ik me dat ook die mensen seks hebben en zie ik beelden voor me die ik eigenlijk niet wil zien. Het blijft toch een materie die mij interesseert. Mensen die in hun onnoemelijke goorheid toch weer een soort van aantrekkelijk worden, juist doordat het echt niet kan. Die geilheid van het doorbreken van een taboe. Misschien moest ik Sarah met haar perfecte voorkomen maar laten vallen en het toch eens met haar moeder proberen.


Uit: "Boetseerklei maakt niet vrij" door Nonkelberg, Aalsmeer, in 2008 uitgegeven door De Gevallen Engelen.

Door Nonkelberg
meer lezen | 1 commentaar | 5 punten

Th. Joh. Waldheim

Een verdomd goede observatie van mijn psychische gesteldheid was het. Volbrecht zou in de psychologie nog wel eens een grote kunnen worden. Als beluisteraar van het concert des levens had ik inderdaad maar één echt streven. Ik zou het liefst mijn leven voor de publieke zaak leiden. pro bono dus. Puur altruïstisch. Zonder enige vorm van eigenbelang. Ik zou bier absorberen voor de publieke zaak, onaneren, shoarma consumeren, vomeren. Alles zou ik over hebben voor de mensheid. Volbrecht sloeg echter op één belangrijk punt de plank compleet mis. Hij noemde mijn streven in zijn rapportages pro deo. Stom natuurlijk. Onnadenkend. Als ik dat voor ogen had, zat ik nu met bezweet voorhoofd, zwaar bepakt in lijn 52 naar het Yitshak Rabin Memorial Monument.


Uit: "Het hof maken; 68 romantische tips van vooraanstaande tuinarchitecten." door Th. Joh. Waldheim, Rucphen, in 1999 uitgegeven door Uitgeverij Hoempert.

Door Th. Joh. Waldheim
meer lezen | 4 commentaren | 5 punten

Dolf de Waal

Met bezwaard gemoed zette ik mij aan mijn ochtendkrant, hoewel de tijd er meer naar was dat er een avondblad bezorgd zou worden. De avond ervoor was ik gaan stappen met Koning Alcohol, geslapen had ik echter in de armen van Morpheus. Maar ik had het nodig gehad, of ik was er aan toe, dat stond te bezien.

Het gesprek bij het arbeidsbureau ter zekerstelling van mijn WW-uitkering was niet gelopen zoals ik had gewild. Mijn sollicitatiepogingen konden maar geen goedkeuring wegdragen in de ogen van de behandelend ambtenaar. De brief naar het tollenaarsbureau wilde hij na enige uitleg mijnerzijds nog wel accepteren. Dat het metaalbedrijf geen zinksnijder wilde weet hij aan discriminatie. De afwijzende brief van de lokale houtzagerij op mijn sollicitatie naar de functie van hoekkeperspantschraper echter, sterkte de man in zijn waanidee dat ik de zaak aan het flessen was. Aan de gedachte dat ik wellicht trekschuitgeleider had willen worden maakte hij al helemaal geen worden vuil. “En wie denk je wel dat je bent, dat je denkt met een brief voor de functie van remittent weg te kunnen komen!?”

Witheet van woede was ik. Wat ik dacht van het eerzame beroep van wisselhouder? De vraag was te belachelijk om te stellen. Moest ik, omdat ik mij zo nodig op de arbeidsmarkt moest begeven, nu ook al dergelijke deugdzame beroepen ontzien? Was het soms noodzakelijk dat ik mij omschoolde en mij bekwaamde in de benodigde competenties voor functies als ‘junior executive sales person’ of als ‘senior coördinerend staffunctionaris deskundigheidsbevordering’?

Met een ferme knal had ik zijn kantoordeur gesloten, vastbesloten nooit meer een voet in dat hoogst deprimerende gebouw te zetten. Een betaalde baan was daarvoor wel een noodzakelijke voorwaarde, wilde ik niet van de bedelarij gaan leven. En nu zat ik door de pagina’s met vacatures te bladeren. Niets zat erbij. Te oud, te ver weg, te slechte betaling of te modieus. Om moedeloos van te worden. Mijn oog viel plots op een afwijkend lettertype, linksonder in de hoek. ‘Middelkleine monarchie zoekt Vorst’. ‘Wegens omstandigheden zoeken wij een nieuwe Vorst. U bent een Koning, of bereid dat te worden. U dient te beschikken over (enige aantoonbare) affiniteit met Rijksappels, ervaring met scepterzwaaien strekt tot aanbeveling. Gehuwde staat geen bezwaar. Nadere inlichtingen: ‘Huize Popla’, Radijsgracht 45, Maasdam'. Hoewel het adres van het bekende studentenhuis een soort van grap deed vermoeden, schreef ik al vlot mijn eerste concept van een sollicitatiebrief.


Uit: "Koning, Keizer, Admiraal" door Dolf de Waal, Ter Weksel, 2008.

Door Dolf de Waal
4 commentaren | 4 punten

Pastor Leeuwens

Benk voelde zich eenzaam.
'Als ik nu zelfmoord pleeg, hoe lang zal het dan duren voordat iemand het doorheeft?' mompelde hij tot zichzelf. Hij besloot de proef op de som te nemen en liet zich voor dood uitzakken in het leer van de bank, vastbesloten niet te bewegen totdat iemand uit bezorgdheid aan de deur zou morrelen. Of misschien zelfs wel paniekerig op het raam zou kloppen, onder het uitroepen van zijn naam. Hij stelde zich voor hoe mensen voor een reporter zouden zeggen 'het was een gewone jongen, ik had nooit verwacht dat hij dergelijke neigingen had'. Hij dacht aan Sarah, die huilend zou toegeven dat ze al jaren heimelijk verliefd op hem was. Ja, het dood zijn beviel Benk wel. Jammer alleen dat de tv nog op SBS6 stond.


Uit: "Wie treurt krijgt een beurt" door Pastor Leeuwens, Tongeren, 2008.

Door Pastor Leeuwens
3 commentaren | 8 punten

W.F.G.H. Ambrozijn

Hij was een schrijver en had een zestal boeken uitgebracht. Maar zijn luiheid dwong hem uitsluitend in indirecte rede te schrijven. De oorzaak lag in het feit dat leestekens tijdens zijn vierdaagse typecursus in Schoorl taboe waren, zoals de omstreden schrijver zelf aangaf. Dit gaf hem de status van buitenbeentje in literaire kringen.
Hij kon dan ook moeilijk een punt achter zijn relatie met Brigitte zetten.


Uit: "Goed kletsen met een vrouw vergt soms handen" door W.F.G.H. Ambrozijn, Hintham, 1982.

Door W.F.G.H. Ambrozijn
1 commentaar | 6 punten

Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst

"Goed, laten we de notulen van de vorige vergadering er even bij nemen. Heeft iemand over de inhoud nog iets te vragen?
Nee? Goed, aan de slag dan maar."
"Ehh.."
"Ja Denkbert?"
"Wie maakt de notulen van deze vergadering?"


Uit: "Het Management" door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst, Rotterdam, 2008.

Door Arjan Uhlenbeek-Stolkhorst
1 commentaar | 5 punten

Ijsje

Na het bal was de prins allerminst vrolijk gestemd. Stad en land behoefden niet meer afgezocht te worden. Zijn kansen op een wederhelft waren schoon verkeken nadat hij Assepoester nariep haar muil te houden.


Uit: "De successie van Koning Kluns" door Ijsje, Alphen aan den Rijn, 1991.

Door Ijsje
login of registreer om commentaar te posten | 8 punten

Goliath Uytenheugte

Het vreemdste gesprek dat ik ooit heb meegemaakt in het park was met een zonderling in extremis. Typisch zakenmannetje: snel kapsel, vrolijk kostuum, maar wel met een zelfvoldane korzelige rotsmoel.

- "Je ziet er nogal als een klootzak uit."
- "Pardon?"
- "Je ziet er nogal als een klootzak uit."
- "Sorry. Ken ik u?"
- "Nee. Gelukkig niet".
- "Waar slaat het dan op om mij zomaar een klootzak te noemen?", vroeg de man geagiteerd.
- "Ik heb het recht dat te zeggen."
- "Heeft u soms Gilles de la Tourette of zo?", vroeg hij. Ik merkte dat hij mijn eerste opmerking probeerde te ontwijken. De lafbek.
- "Nee hoor."
- "Heb ik u dan soms iets misdaan?"
- "Hier zitten lijkt mij al voldoende."
- "Kom op zeg. Dit slaat echt nergens op."
- "Je probeert mijn opmerking te ontwijken. Het gegeven dat je je zo defensief opstelt, bevestigt alleen maar mijn oordeel."
- "Flikker toch op man."
- Op je banaliteiten zit ik niet te wachten. Je mag dan wel ouder zijn dan ik, maar zo te merken was een goede opvoeding aan jou niet besteed."
- "Hè?"
- "Dat bedoel ik."
- "Goed... Dit heeft geen zin. Ik vertrek voordat mijn stoppen doorslaan."
"Zie je wel? Je bent gewoon een klootzak."

De man verloor hierop elke vorm van beschaving en zette het op een rennen, nog voordat onze dialoog goed en wel fatsoenlijk was beëindigd.


Uit: "Ze noemen mij Zeldzaam" door Goliath Uytenheugte, Veenhuizen, 1998.

Door Goliath Uytenheugte
2 commentaren | 8 punten

Goliath Uytenheugte

Mieke was zeer content met de design-pannen die ze had gewonnen. Strakke Italiaanse stijl, schuine bodem (onder een hoek van exact 45 graden), ultradun en superplat glazen deksel. Strakker en unieker dan dat zag je ze niet.

Die avond zou ze haar nieuwe set op gepaste wijze inwijden: Italiaans voor de nog hoger opgeleide hogeropgeleide. Zeg maar Pasta Armani.

Energiebewust als ze was kookte ze eerst het water in een waterkoker en goot daarna het kokende water in de pan, die ze al op haar bijpassende strakke inductiekookplaat had staan. Naarmate de pan zich vulde met water, kwam echter het zwaartepunt te ver buiten de pan met de schuine bodem te liggen; de pan tuimelde, het kokende water gleed soepel en pijnlijk over Miekes blote voeten, gevolgd door de 2,3 kilogram wegende design-pan. Nog voordat ze doorhad dat haar voeten verbrand waren en haar rechtervoet bovendien comminutief gebroken, kwam er al een hartgrondig 'kutverdekutkanker!' uit. Mieke, rationalist als ze was, wendde zich vervolgens tot de rede om haar leed te valideren:"Esthetische waarden gaan boven functionaliteit, maar wie zal mij verlossen van Newton, Celsius en Des Bouvrie?"


Uit: "De wondere wereld van Mieke Wagenaar" door Goliath Uytenheugte, Jakarta, 2003.

Door Goliath Uytenheugte
3 commentaren | 7 punten

W. John Willemsen

Verontwaardigd stap ik weer mijn auto in. Even ril ik maar al snel besluit ik dat het wel erg onsportief van haar is om meteen bij onze eerste ontmoeting haar auto om een boom te vouwen en daarbij het leven te laten. Gelukkig hoef ik haar nu niet meer uit eten te vragen, een bezigheid die mij doorgaans de stuipen op het lijf jaagt. Bovendien kunnen vrouwen die nieteens de grap inzien van een stevige partij bumperkleven mij al jaren mijn reet verrotten. Deze gedachte stelt mij gerust. Ik geef een flinke dot gas en verval in de anonimiteit, de grijze massa van vakkundig gevouwen metaal, langzaam achter elkaar aan tuffend, eenzaam onderweg naar de langzame, trage dood die het leven heet.


Uit: "Schijndood zonder koffie" door W. John Willemsen, Nes aan de Amstel, 1998.

Door W. John Willemsen
1 commentaar | 5 punten

W. John Willemsen

"Mijn besluit staat vast, duifje," dicteerde Hans die middag vol overgave in zijn dicteerapparaat waarvan vorige week de opnamekoppen nog vakkundig gereinigd waren. "Vanaf morgen heet ik Linda en die gore aardappelen van je kun je voortaan wel in je reet steken." Hij stopte het dicteerapparaat en spoelde de cassette terug. Even bedwong hij de aandrang zijn heldhaftige uitspraak direct terug te luisteren. Hij besloot dat zijn hartslag inmiddels wel voldoende gestegen was en nam de cassette voorzichtig uit het apparaat. Hierna voorzag hij de cassette van een datum en schoof het plastic geval in het daarvoor bestemde doosje. Hans kwam inmmiddels enigszins tot bedaren en verzamelde de moed om de cassette veilig in zijn archiefkast op te bergen. Toen verliet hij zijn kantoor.

Zelfvoldaan zat hij die avond op de bank. Wéér een spelprogramma op TV. "Wat eten we vandaag, duifje?"
"Pasta, schat"
"Uhh, pasta?"
"Pasta ja, je weet wel van die deeg rotzooi met saus. Is t godverdomme weer niet goed?"
"Uhh jawel, duifje, ik geloof alleen dat ik iets op kantoor heb laten liggen."


Uit: "De Moesson van Misplaatste Meningsuiting" door W. John Willemsen, Warmond, 2001.

Door W. John Willemsen
3 commentaren | 8 punten

Goliath Uytenheugte

Nauglor stortte ter aarde van ontzetting toen hij bij de Groene Poort aankwam. De piekeniers vertelden hem het tragische nieuws van de aanval van Rothrom, de Duistere Tovenaar. Velen hadden de dood gevonden en Het Zwaard van Licht was gestolen.
Na een korte rustpoos besloot Nauglor het magische wapen terug te roven uit de zesvingerige handen van de vijand van heel het rijk Brovidar. "Tark Haelin!", moedigde hij zijn persoonlijke lijfwacht aan en gaf zijn paard Trogkal de sporen. Hij zette de achtervolging in die hem tot over de Blauwe Bergen zou voeren, rechtstreeks naar de Bronzen Troon van Rothrom.

Na vijf dagen kwamen zij bij de Verborgen Pas in de bergen aan en gingen te voet verder. De bergpas was geen plek voor paarden, althans niet om bereden te worden, en daarom hielden zij hun paarden aan de teugel en leidden ze zo goed en kwaad als het ging door de pas. Rothrom had reeds verwacht dat een achtervolging hierlangs zou komen en had hier een deel van zijn kwaadaardige gevolg achtergelaten, om Nauglor met zijn mannen in een hinderlaag te bestormen. "Triak!", riep een van de mannen uit, maar het was al te laat. Het persoonlijke leger van Nauglor werd erg uitgedund, maar zie, hijzelf hanteerde zijn zwaard Firtnaak vurig en doodde minstens twintig van de Hoilas die hen aanvielen. Nauglor moest verder met minder mannen en de tocht zou hem zwaar zijn gevallen als hij niet tenslotte hulp kreeg van Fribvalaa, de onverschrokken Saido-strijdster. Zij bracht een leger van honderd zwaarbewapende paladijnen met zich mee en samen aanvaardden zij de tocht naar de Bronzen Troon.

Na drie dagen reizen kwamen zij bij de Zilveren Stad des Doods, die in de taal van Rothfiors 'Gheris man Tiralmas' werd genoemd.
"Erb majk liemah Trehen!", riep Nauglor over de onverwachts lichtbewaakte stadsmuur heen.
"Tromsdre girlawm polrta irtiam kensa yursilsa", was het antwoord en de poort ging open. En zie, Rothrom zelf kwam naar buiten en had het Zwaard van Licht getrokken. "Qaf na Kawlin preab lerthantionamas!", brulde hij Nauglor toe. Nauglor antwoordde terwijl zijn bloed kookte van woede:"Geha juntdhe milka ferthuk Firtnaak, Rothrom!" De Duistere Tovenaar, niet gewend aan zoveel tegenspraak had een dodelijke toverspreuk willen uitspreken tegen Nauglor en Fribvalaa, maar er kwam niet meer uit dan "Reg niof truds Haigorthsa jeg has mitghres" en dat was het geluk voor Nauglor. Nu zag hij zijn kans schoon.


Uit: "Vijanden van Brovidar" door Goliath Uytenheugte, Schoonebeek, 1999.

Door Goliath Uytenheugte
5 commentaren | 4 punten

Nonkelberg

“Ja vertel mij wat.”
“Ja, ik vertel je toch net dat hele verhaal.”
“Ik bedoel dat toch spreekwoordelijk man.”
“Dat begrijp ik ook nog wel idioot, ik vind het alleen een redelijk debiel gezegde. Echt zo’n gezegde voor mensen die elk excuus om hun mond open te trekken met beide handen beetpakken, om even spreekwoordelijk te blijven. Als je geen idee hebt hoe je op mijn fantastisch geformuleerde anekdote moet reageren, doe het dan niet. Wim hier houdt toch ook gewoon z’n klep dicht. Die jongen is zich tenminste bewust van zijn beperkte sociale vaardigheden. Jij moet daarentegen zo nodig gaan doen alsof je alles al weet met je kankergezegdes.”


Uit: "Kroeganekdotes" door Nonkelberg, Deventer, 1947.

Door Nonkelberg
2 commentaren | 14 punten

W. John Willemsen

In de daarop volgende jaren besloot ik eerst binnenvaartschipper te worden. Toen dit echter na een reeks frontale en fiscale aanvaringen op een compleet fiasco uitliep, vervolgde ik mijn carrière als straatschuimer, fietsendief en hoerenloper. Er werd wat afgeleefd in die tijd en de ene uitdaging na de andere uitdaging passeerde de revu zonder door mijn hand beroerd te worden. Het was tijdens die periode in mijn leven dat ik een welhaast onuitroeibare liefde ontwikkelde voor het roken van zware shag, een activiteit die mijn latere leven nog van een flinke hoeveelheid cynische anekdotes zou voorzien.


Uit: "Het spiegelgladde designaanrecht bleek tamelijk hard" door W. John Willemsen, Eindhoven, 2008.

Door W. John Willemsen
login of registreer om commentaar te posten | 5 punten

Jaap de Vries

"Ik weet het nog."

Op tv is een film. Een jongen en een meisje lopen hand in hand door het bos.
Ik draai mijn hoofd licht verbaasd naar het toestel. Vervolgens kijk ik haar aan.

"Ik weet het nog. Weet jij het ook nog?"
Ik denk na. Wat bedoelt ze? Ik weet het niet. Laat ik het er maar op gokken.
"Ja, ik weet het nog."
Haar ogen schitteren even. Er speelt zich in haar hoofd ongetwijfeld een verhaal af. Een verhaal van vroeger. Misschien zelfs niet eens een verhaal: maar een scène. Een moment.

Oude mensen zeggen wel eens dat vroeger alles beter was. In dit geval denk ik dat ze gelijk hebben. Vroeger was het beter.

Ik kus haar, waarna ik me weer verdiep in de belastingaangifte.


Uit: "Mijmeren met Miranda" door Jaap de Vries, Waterlandkerkje, 2002.

Door Jaap de Vries
login of registreer om commentaar te posten | 7 punten

Louis Th. de Mérode

"Ik heb je nu al drie keer gezegd dat ik je gezelschap niet op prijs stel. Misschien dat mijn buurvrouw je toenaderingen wel kan waarderen.", klonk het met een mondvollerige metaalheid. Het was op dat moment dat de damesfietsfetisjist zich realiseerde dat hij hulp nodig had. Als Gazelle's gaan praten, is het tijd om het te laten, hing niet voor niets ingelijst boven de haard. Hij maakte zich los van de zadelpen en stiefelde zo nonchalant mogelijk de stalling uit.


Uit: "Fridtjof, fietsfetisjist in hart en scharnieren" door Louis Th. de Mérode, Malmö, 2008.

Door Louis Th. de Mérode
9 commentaren | 14 punten

Th. Joh. Waldheim

"Zie je mij eigenlijk als de kinderen van je moeder?", vroeg Werdaline mij na een hevige bedpartij. Zo'n incestueus leventje klonk mij uiteraard zeker niet verkeerd in de oren, maar achteraf bezien bedoelde het domme loeder dat natuurlijk andersom. Nee, verdomme, kinderen verwekken voor vijftig euro het uur, was absoluut niet waar mijn ambities lagen. Ik besloot me in te schrijven aan de universiteit.


Uit: "Boektitels, een ware crime." door Th. Joh. Waldheim, Bellingwedde, 1995.

Door Th. Joh. Waldheim
1 commentaar | 10 punten

Hoe werkt het?

Op Laudo schrijven en beoordelen wij fictieve fragmenten uit fictieve boeken. Meedoen? Dat kan! Meld je aan en schrijf een fragment. Vervolgens beoordelen je mede-auteurs je stuk door erop te stemmen. Haal je de magische 3 punten, dan belandt je fragment op de voorpagina. Bij een beoordeling van -5 punten, verdwijnt je stuk naar de eeuwige fictieve jachtvelden. Het is dus van groot belang dat je stemt, opdat het recht zegeviert.
Meld je hier aan.

Zoeken

Wie is online

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 1 gast online.

Hulde en bloemen

GebruikerPunten
Th. Joh. Waldheim2818
Dolf de Waal2488
Pastor Leeuwens2406
Goliath Uytenheugte2394
Abr. M. Harmitonius2344