Klingelend liet hij de deur van de slagerij achter hem dichtvallen. Achter de toonder stond een forse grijzende man van een jaar of zestig een kalfsschedel te bewerken. Toen Gustaf hem vriendelijk groette keek deze verstoord op: 'Wat kan ik voor je betekenen' wist hij eruit te persen, 'flikker'. Gustaf wist niet zeker of hij het laatste woord goed had verstaan en bleef dan ook vol ongeloof de vleeshouwer aanstaren. Deze hief na enkele seconden dreigend zijn vleeshamer op en brulde plotseling uit volle borst: 'MOEJE STUKKIE WOSS!? OF HOU JE NIE VAN WOSS!? Gustaf, inmiddels zo uit het veld geslagen dat de antwoorden hem niet kwamen dagen, wees bibberend naar een hangende salami van een kilo of achtendertig achter de slachter. Deze tilde het gepeperde geval van de haak en kwakte het op de toonbank. Hij begon de immense worst in een vettig papier te rollen terwijl hij liet weten dat deze grap hem vierhondereenentwintig euro op de kop af kostte. Gustaf, te verbouwereerd om er iets van te zeggen, betaalde zwijgzaam en verliet snel de winkel met een salamiworst ter grootte van een flinke kleuter onder z'n arm.
Geld over de Balkenbrei
Uit: "Geld over de Balkenbrei" door P.H. Zevenaar, Smeermaas, in 2001 uitgegeven door Herenjam.
Door P.H. Zevenaar
Even een idee. In oudt-Hollandtsche winkels gaan de deuren juist naar binnen open. Heb dat hedenochtend nog geconstateerd bij de plaatselijke warme bakker, annex shoarmaboer.
...met het schaamrood op mijn kaken wil ik graag nog een 'r' toevoegen aan mijn eerdere commentaar.
Heerlijk en hulde. Punt.
Blijf ons verassen, mijn waarde!
Lekker hoor. Ga zo door!

En punt natuurlijk, o.a. voor vleeschhouwer. Mag ik aannemen dat het derhalve geen spekslager betrof? Overigens jammer dat het cliché 'Mag het een onsje meer zijn?' hier ontbreekt? Had wat mij betreft net even wat humor/contemporaine sjeu gebracht.