Onwennig liep Babette door de arme sloppenwijk, ver van het luxe resort waar ze de afgelopen dagen met Harm-Jan had doorgebracht. Harm-Jan was er fel op tegen geweest, maar toch besloot ze op eigen houtje de stad te gaan verkennen. Dat Afrika een armoedig continent was wist ze. Maar dat het zo'n ongeorganiseerde en verpauperde puinhoop was, nee, dat had ze toch echt niet verwacht.
Nieuwgierig liep ze rond tussen de krotten van golfplaat, karton en geitenstront toen ze ineens iemand zachtjes aan de mouw van haar Dior jurkje voelde trekken. Het was een meisje van ongeveer twintig jaar, die haar smekend aankeek. Haar uitgemergelde lichaampje was gehuld in lompen. Op haar arm droeg ze een baby van hoogstens zes maanden oud, gewikkeld in een oude doek. Het lijfje van het kind was gezwollen door hongeroedeem en de oogjes waren bedekt met dikke zwarte vliegen.
Het meisje prevelde iets wat Babette interpreteerde als een verzoek om eten of een kleine aalmoes.
Het meisje en de baby sloegen met een smak tegen de grond na een welgemikte klap van de Louis Vuitton handtas van Babette.
"Jij smerige parasiet" bitste Babette het doodsbange meisje toe. "Door de creditcrisis hebben wij ons chalet in Gstaad moeten verkopen, dus doe nou niet of jij de enige bent die het nu moeilijk heeft".
Altijd goed om eens ergens anders rond te kijken
Door P. van Doorn Holstein
Ik mis vooral een punt op het einde.
Mooi. Nu vind ik hem fijn lezen. Punt uitgedeeld.
@ Harmitonius: al gewijzigd.
Ik had de creditcrisis-opmerking eerst gedaan en daarna de schop, uit apotheosische (weet iemand het bijvoeglijk naamwoord van apotheose?) overwegingen.
Verder vind ik de titel nogal ongeïnspireerd.
Toch een pluspunt vanwege de opbouw in de eerste alinea's (ik kon de zielige violen op de achtergrond bijna horen).
Hard, leuke wending. Jammer van het laatste woord.

Hmmmm, waar kennen we dit van?