Toen het moment kwam dat Bertje de leeftijd van veertien lentes had bereikt begonnen de hormonen hem parten te spelen. Al een hele tijd was hij verliefd op een jongen uit zijn klas, Peter. Maar Peter zag hem niet staan, die had meer oog voor de pas ontluikende Johanneke.
Uiteindelijk kon Bertje de innerlijke drang om kennis te maken met de herenliefde niet meer weerstaan. Op een winterse vrijdagdagavond begaf hij zich naar de pastorie aan het einde van de straat. Zachtjes liep hij door de achterdeur naar binnen. Hij liep naar de studeerkamer, alwaar de pastor druk bezig was met de voorbereidingen voor de mis van zondag. Met trillende handen trok hij zijn broek uit en liep vervolgens met zijn gesteven jeugdige lid hoopvol de studeerkamer van de pastoor binnen.
Die keek op van zijn werk, was een moment met stomheid geslagen, sprong op en en greep Bertje ruw bij zijn arm om hem vervolgens onzacht en vloekend de voordeur uit te smijten. "Dat moet mij weer overkomen" kreunde Bertje terwijl hij opkrabbelde van de stoep. "Een niet-pedofiel katholiek geestelijke. Het moet toch niet gekker worden".
Bruine werken
Uit: "Bruine werken" door P. van Doorn Holstein, Groningen, in 2007 uitgegeven door Literair tijdschrift 'De Bazuin'.

Voorspelbaar, maar desalniettemin genietbaar.