De open dag van de Sultan Moeboerah-moskee in de wijk was voor Harm een buitenkans om het imposante gebouw eens van binnen te bekijken. Harm zat boordevol met vragen en na de rondleiding was hij al spoedig in een geanimeerd gesprek verwikkeld met de imam, een imposante verschijning met een wit gewaad een een woeste baard.
Na verloop van tijd nodigde de imam Harm uit om iets met hem te drinken in een vertrek in de moskee dat dienst deed als zijn kantoor. Daar aangekomen sloot de imam de deur achter Harm en liep op een grote dossierkast af.
Hij opende een van de lades en haalde daar tot grote verbazing van Harm een grote fles Schotse single malt whiskey uit. Uit een andere lade toverde hij twee glazen tevoorschijn en met een geroutineerd gebaar schonk hij de twee glazen tot de rand toe vol.
"Religie is leuk" sprak de imam, "maar het moet wel een lolletje blijven", en met een ferme teug ledigde hij zijn glas tot op de bodem. "Wow" dacht Harm. "Dat gaat helemaal goedkomen met die integratie", en hij volgde het voorbeeld van de imam.
"Ik heet trouwens Ibrahim" sprak de imam, "maar in het weekend kennen de meeste mensen me als Anja". De imam schonk zichzelf nog een tweede glas in en liep naar het raam.
Harm en de veertig rovers
Uit: "Harm en de veertig rovers" door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen BRD, in 2005 uitgegeven door In Excelsis Deo.
Door P. van Doorn Holstein
Prachtig!
Ik vind dit fragment erg schofferend en beledigend. I like it. +1

De laatste 2 zinnen maken het fragment nog het lezen waard en lokken de lezer wellicht naar meer. De rest is gewoon slappe grotestadproblematiek die zelfs in de Telegraaf niet eens een halve kolom op blz. 14 haalt.