Uiterlijk zelfverzekerd, maar innerlijk toch enigszins nerveus, zette Lodewijk-Jan zijn pleidooi in. Dit was zijn eerste zaak als beginnend strafrechtadvocaat en hem was door het kantoor de eer ten deel gevallen om de oude pastoor Eikelmans bij te staan in het strafproces.
" Edelachtbare, mevrouw de officier. Mijn cliënt was na de mis op weg naar huis, toen hij op de weg een zieke en verzwakte kikker aantrof".
"Mijn cliënt heeft vervolgens de kikker opgepakt en deze meegenomen naar zijn huis".
"Daar aangekomen heeft mijn cliënt zich liefdevol over de kikker ontfermd: hij heeft de kikker in bad gedaan, hem afgedroogd, ingesmeerd met welriekende bodylotion, de kikker teder gestreeld en hem de heerlijkste spijzen voorgeschoteld."
"Vervolgens heeft mijn cliënt de kikker opgetild en naar bed gedragen."
"In bed heeft mijn cliënt de kikker een tedere nachtkus op de mond gegeven, waarna de kikker plotsklaps veranderde in de elfjarige jongen die mijn cliënt door deze strafaanklacht zo schandalig onheus heeft bejegend".
Lodewijk-Jan doet wat hij kan.
Uit: "Lodewijk-Jan doet wat hij kan." door P. van Doorn Holstein, Gelsenkirchen, in 2012 uitgegeven door Uitgeverij "Een broodje aap met mosterd alstublieft". .

Ja, dat kan gebeuren.