"Jouw beurt... schat" Kreunde Herman met een dubbele tong in de richting van zijn vrouw. "Verdomme" Kreunde ze terug terwijl ze zich slaapdronken en met prikkende ogen uit bed liet glijden. "Verdomme" herhaalde ze. "Waren we godverdomme maar nooit aan kinderen begonnen" Ze rolde de slang op en draaide de gaskraan weer dicht. Buiten schalde de trompet voor het ochtend appel.
De pubertijd van hun zoon Jos leek toch het meest op een, tegen zijn ouders gerichte, holocaust.
Hersenkronkels van een minderjarige
Uit: "Hersenkronkels van een minderjarige" door Q.Q.Q. von Biergarten, Lichtenvoorde, 1996.
