Niemand zag nog iets. Zelfs niet toen de rook, na een half uur, optrok. Iedereen was blind geworden.
En daar liep hij: één-oog, die zichzelf direct tot koning kroonde.
Prachtig, wat een ellende!
Hij schiep chaos in de orde en zag dat het goed was. Zijn enorme lach sierde zijn verminkte gezicht. Maar, ach, dat mocht de pret niet drukken. Er zou toch niemand zijn die zijn gezicht ooit nog zou zien. Iedereen was blind en iedereen zou blind blijven. Zwart tot het einde der tijden.
En hier, op dit punt - op exact dìt punt, begint ons verhaal...

Odi profanum vulgus @ arceo