Welmoet barstte in een hartverscheurend snikken uit en zakte voor het bureau van meester Alfred door zijn knieën. "Stel je alsjeblieft niet zo aan", schreeuwde de meester. "Welnu, laten wij de les continueren, addergebroed". Meester Alfred zuchtte diep. "Allerliefst gespuis. Welmoet vertelt me net dat zijn ouders zijn omgekomen bij een auto-ongeluk en dat hij zijn huiswerk niet gemaakt heeft omdat zijn ouders morsdood zijn." Taalgeil als meester Alfred was, ratelde hij door: "Welnu, rapaille. Morsdood. Een interessant fenomeen uit onze hedendaagse taal. Mors betekent dood. Dood betekent mors. Hebben we hier nu feitelijk te maken met een tautologie of met een contaminatie. Welk fenomeen betreft het hier, Welmoet?" Welmoet diende de meester snikkend van repliek; "Een contautologie meester! Wat op zichzelf dan weer een contaminatie is". Hierop liet meester Alfred zijn hoofd teleurgesteld zakken, barstte eveneens in snikken uit en bulderde door de klas: "Welnu, stuk tuig, was ik maar dood! Morsdood!"
Kwartet in een rariteitenkabinet.
Uit: "Kwartet in een rariteitenkabinet." door Th. Joh. Waldheim, Steenenkamer, 1978.
Door Th. Joh. Waldheim
Heerlijk, waarde Waldheim, een heuse opwaardering van deze druilerige maandagmorgen.

Mij heeft u, dat weet u.