Godverdomme, het is weer zover. Ik kijk om me heen en zie dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering alle boodschappen om me heen heb gegooid. De aardbeienjam is op. Ze bekijken het maar in deze supermarkt. Ik zet het op een lopen. En ja, de eerste medewerker komt al achter mij aan. Ik vis de laatste zak drop uit mijn jaszak en smijt deze tegen zijn hoofd. Zonder al te veel alarmen (geen, eigenlijk) loop ik gemoedelijk de winkel uit.
De straat. De mensen kijken mij aan maar of dat nou door de smeer chocopasta op mijn gezicht komt of doordat mijn shirt aan flarden gescheurd is... Mensen moeten alles altijd zo serieus nemen. Vermoeid loop ik naar de auto om aldaar een paar flinke deuken in het portier te trappen. Via het dakraampje beland ik op de bestuurdersstoel. Tijd voor plan C.
Het Eenmanselftal
Door W. John Willemsen
En na uitbundig nuttigen van dit vloeibare goud moet men dringend aardstralen!
Odi profanum vulgus @ arceo
De aardbij jaagt op de nectar van ondergrondse bloemen en maakt daarvan de zeldzame en dan ook zeer exclusieve aardhoning. Alleen met jarenlang getrainde aardvarkens is dit vloeibare goud op te sporen.
+++
Wilde dieren zijn net als mensen doodsbang voor lege glazen.
Aardbijenjam = aardbeienjam.
Niet bijster goed geschreven. Alleen de laatste zin valt goed op zijn plaats.
Aardbijenjam??

Aangepast. Tevens bedankt voor de reacties.