Zonder blikken of blozen pakte Karel het dier bij de kladden. 'Almachtige goden, dat is lang geleden', dacht hij. Zijn eerste kennismaking met dit soort aangename stimulantia moest al zeker twintig jaar geleden zijn geweest. De gedachte hieraan deed zijn lid gestaag groeien. Zou hij tot daden over moeten gaan? Hij keek naar de nog immer aanwezige priester van de Martinusparochie. Een klein knikje van de priester bleek genoeg om hem te doen beseffen dat dit het juiste moment was om de daad bij het woord te voegen. Hij ontknoopte zijn corduroy-broek en liet zijn lid teder naar binnen glijden. Nog eenmaal keek hij opzij. De priester begon hevig te transpireren. Karel zag dat het goed was.
Uit: "Nonnen in Paterswolde" door Th. Joh. Waldheim, Bolsward, 1973.
