Ter Veld is op studiereis naar Rüdesheim.
Ik, Jan aardbeienboer
Door Walter Ter Veld
Is dit soms een verwijzing naar 'Joe the plumber'?
groet
Wilco
Haha, met zo'n reactie vergeef ik de onverwachte switch van derde naar tweede persoon ruimhartig!
Het fragment is inderdaad een toespraak. Een toespraak in een boek is geen ongewoon verschijnsel (Bijbel, de Bello Gallico). Grootheidswaanzin is het wel, in het boek als geheel. Een gepensioneerde ondernemer uit Lisse kijkt terug op zijn leven en ziet dat het geweldig was. Een roman zonder enige karakterontwikkeling, maar dat hoeft niet bij pagina's vol seks en andere avonturen.
Waarde De Waal,
Kan zijn (bedoelt u trouwens niet ontberen in plaats van ontbreken?). Maar ik heb het over de volgende zinnen (ik beroep mij hier op het citaatrecht):
"Aan die eerste les van mijn studie aan de Erasmus moest ik denken toen Lizette hier kwam solliciteren voor een baan op de productieafdeling. Dus vroeg ik jou, lieve Lizette..."
Dit lijkt mij alleen mogelijk bij een toespraak. Ik acht het twijfelachtig dat een complete toespraak (al dan niet gehuld in aanhalingstekens) gepubliceerd zou worden in een boek, of Jan (de ondernemer) moet zo mogelijk nog een grotere megalomaan zijn dan ikzelf.
@ Goliath, Wellicht dat de aanhalingstekens voor het citaat / spreektekst ontbreken?
Waarom refereert de verteller in de ene zin aan Lizette in de derde persoon en in de eropvolgende zin in tweede persoon?
(Check ook mijn persoonlijk record het aantal maal het woordje 'in' in een zin.)
Een wijze les, verpakt in een mooie vertelling. Is het reclamevak niks voor je Ter Veld?

@ Goliath, idd, het uitdelen van een punt is zeer gepast in deze.