Inspecteur Luigi di Parma stond geleund tegen zijn antieke zilvergrijze Alfa Romeo hardop te denken. Hij verwachtte geen weerwoord van zijn assistent Gino Bertolli, die zich gedwee beperkte tot knikken en een enkel 'si, ispettore'.
Verderop lag het lijk van wat volgens haar ID-kaart de Nederlandse studente Brenda de Vreugd moest zijn geweest. Ze was onherkenbaar door de bronsverf die nog op haar gezicht zat, maar Nederlands kon ze zeker zijn: ze was boomlang en had blauwgrijze ogen en rossig, speels krullend haar. 'Wat zonde', dacht Bertolli, die met zijn ogen over de in de zon badende lijkenzak dwaalde. 'De geur van lavendel en pijnbomen die de lucht bezwangert, zal haar neus nooit meer bereiken. Het gezang van de leeuwerik, hoog boven...'
'Een motief, Gino, een motief! Wat is het motief? Kom, we gaan lunchen bij Al Gallopapa en laten een nette fles Barolo aanrukken. Een detectivebrein werkt niet op een lege maag. Gino, het spel gaat beginnen!' Di Parma gilde de woorden bijna.
Diens ogen glinsterden. 'Drankoogjes', wist Bertolli, 'maar verdomd intelligente drankoogjes. Een serieuze moordzaak los je niet op met alleen een panino met mozzarella en gedroogde tomaat in je mik.' Zelf dacht hij aan een wijnarrangement bij de lamskoteletjes, de gegrilde octopus en het fabuleuze oregano-ijs van Al Gallopapa.

Hoewel de fetisj met de kleinkunst, in het bijzonder de levende standbeelden, nu wel erg overdadige trekjes in het oeuvre van Ter Veld krijgt, krijgt hij wel mijn punt. En Baantjer? Neen, DCI Morse zal het zijn.